Mijn gewicht is afhankelijk van de plaats waar ik woon. Een half jaar in Amerika leverde me zeker 10 kilo op. Het afgelopen jaar in Azië heeft me zo’n 8 kilo gekost. Ik kan nu uitleggen dat dit alles te maken heeft met het soort eten dat beschikbaar is, de volumes waarin het wordt aangeboden, het klimaat of het aantal uren per week dat ik matig of intensief beweeg. Maar dat heeft geen zin. Want u heeft uw conclusie al getrokken. Deze slapjanus heeft geen eigen wil en de keuzes die hij maakt zijn slechts een product van zijn omgeving.
Gelijk heeft u. En ik blijk helaas niet de enige te zijn. Onderzoek naar Japanners die naar Amerika emigreerden laat zien dat hun levensstijl ingrijpend verandert. De overgang van een visrijk menu dat met stokjes wordt gegeten naar grote porties vlees en frisdrank zorgt voor een grotere kans op hart- en vaatziekten. Hun gemiddelde levensverwachting daalt significant ten opzichte van hun landgenoten thuis. Een vliegreis van Tokio naar Texas maakt je een ander mens.
Minister Schippers nam vorige week het rapport ”De verleiding weerstaan” van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in ontvangst. Ook daarin wordt gemeld dat de autonomie van burgers als het gaat om een gezonde levensstijl of goed gedrag in de praktijk vaak vies tegenvalt. Er is sprake van een „autonomiekloof” tussen wat politiek en samenleving van mensen verwachten en waartoe mensen in staat zijn.
Het rapport gaat over de vraag hoe ver de overheid mag gaan in het stimuleren van goede keuzes met behulp van inzichten uit de psychologie en de gedragseconomie, door het sturen via onbewuste denkprocessen. „Nudging”, heet dat in goed Nederlands: een duwtje in de goede richting. Supermarkten, eettenten en de farmaceutische industrie zijn sterren in het inzetten van deze technieken. We kopen gemakkelijk dingen die we eigenlijk niet nodig hebben. We doen onszelf kwaad aan zonder dat we het doorhebben. Nudging wordt hier ingezet met maar één ‘goede richting’: groei van de inkomsten.
In het RMO-rapport wordt betoogd dat de overheid nudging alleen mag inzetten als dit het vermogen van burgers versterkt om verleidingen te weerstaan die niet overeenstemmen met hun eigen waarden en doelen. Mensen op slimme psychologische manieren een duwtje geven om hun kinderen te vaccineren of hun organen te doneren stuit bijvoorbeeld op bezwaren. Vanuit oogpunt van publieke gezondheidszorg is het weliswaar wenselijk dat zoveel mogelijk mensen zijn ingeënt en iedereen zijn organen afstaat. Maar de autonomie van burgers om hierover een andere mening te hebben is dusdanig van belang dat mensen de vrijheid hebben om voor andere opties te kiezen. Het is immers in veel gevallen helemaal niet zo duidelijk wat de ‘goede’ keus is.
Fruit op ooghoogte neerleggen is een vorm van nudging. Een afbeelding van een vlieg in een urinoir plaatsen ook. Maar bij het opstellen van een huwelijksacte standaard wijzen op de grote nadelen van trouwen in-gemeenschap-van-goederen ook. Of in het eerste gesprek bij de verloskundige, nog voordat is vastgesteld of er leven is, standaard de wenselijkheid van de vlokkentest en de consequenties daarvan aan de orde brengen. Als we het oneens zijn over wat het goede is, wordt nudging al snel een akelige duw in de verkeerde richting.
In Singapore weet de overheid overduidelijk wat goed is voor burgers. Daarom wordt informatie die schadelijk voor burgers kan zijn actief uit kranten geweerd. En zijn onderzoeksgegevens over onnodige schade en sterfte in ziekenhuizen niet openbaar beschikbaar. Want dat kan de harmonie in de samenleving aantasten.
Autonomie betekent jezelf de wet stellen. Als het om mijn gewicht gaat, ben ik daar best goed in. Maar voor andere dingen ben ik bang dat ik duwtjes in de goede richting nodig heb. De vraag is alleen: wie duwt en waarheen?
Gepubliceerd in Reformatorisch Dagblad, 2 april 2014
Geen opmerkingen:
Een reactie posten