zaterdag 11 mei 2013

Transparant maar niet openbaar

Openbare kwaliteitsinformatie stimuleert betere zorgverlening. Althans, deze aanname vormt in het Westen een belangrijke basis voor het werken aan publieke prestatie-indicatoren. In Singapore is men het daar echter niet mee eens.

Amerikaans onderzoek heeft mij geleerd dat er inderdaad enig wetenschappelijk bewijs is dat het openbaar maken van gegevens leidt tot betere prestaties. Judith Hibbard en anderen toonden aan dat publiekelijk beschikbare prestatierapporten ziekenhuizen sterker stimuleren tot verbeteren dan niet-openbare rapporten. Dit effect is uiteraard nog groter als het ziekenhuis ook meer betaald krijgt voor de betere prestaties (Lindenaur et al. 2007).

Onderscheid interne en externe indicatoren

Dat is Amerika. In Engeland lieten Jack Tu en collega’s in de JAMA zien dat uitkomsten bij behandeling van hartfalen niet verbeterden na invoeren van publieke rapporten. En in eigen land wezen Marc Berg en Wim Schellekens in 2002 al op het duidelijk onderscheiden van doel en functie van interne en externe indicatoren. Interne indicatoren zijn zeer specifiek, relevant voor professionals, bedoeld om te leren en te verbeteren, maar veelal onbruikbaar of nietszeggend voor het publiek. Externe indicatoren zijn uitgebreid gevalideerd, veelal aspecifiek en globaal, en bedoeld om verantwoording af te leggen.

Nuance ontbreekt

Openbare informatie is nooit neutraal, maar vraagt om een oordeel. De afgelopen jaren hebben laten zien dat afhankelijk van het doel van de opsteller allerhande rankings mogelijk zijn. Het onderscheid intern-extern raakt verward en de nuance ontbreekt. Want uiteindelijk is er maar één geldend dichotoom publiek oordeel: goed of slecht.

Gezichtsverlies

Dat laatste is precies de reden waarom men in Singapore (en breder in Azië) terughoudend is met openheid. Gezichtsverlies ligt er immers zeer gevoelig. ‘Deskundigen’ moeten informatie beoordelen en ook bepalen hoe en met wie het gedeeld wordt. Je zoekt op internet tevergeefs naar een rapport over vermijdbare sterfte in Singaporese ziekenhuizen. Of naar de infectiecijfers. Of naar het percentage patiënten dat weer goed ziet na een cataractoperatie.

Aan interne informatie geen gebrek

Maar, en dat verraste mij zeer, dit betekent niet dat deze informatie niet bekend is bij degenen die er iets mee moeten. Integendeel. Er is uitgebreid nationaal onderzoek gedaan naar voorkombare sterfte, volgens de geldende internationale methoden. En ieder ziekenhuis heeft de rapportage beschikbaar, inclusief een groot aantal ministeriële richtlijnen hoe er verbeterd kan en moet worden ten opzichte van de huidige situatie. Van alle oogziekenhuizen die meedoen in een internationale benchmark, is dat van Singapore het verst gevorderd met gedetailleerde meerjaarsuitkomstinformatie voor alle subspecialismen. Intern heeft men zeer goed zicht op waar men staat en waar men heen wil. En de financier van de zorg (Minstery of Health) heeft inzicht in een groot aantal procesuitkomsten en past daar ook de vergoedingen op aan.

Zinvolle duiding

Maar dat staat niet op een website. En het komt niet in de krant. Er is geen wet openbaarheid van bestuur. Op een internationale transparantieranglijst staat Singapore echter op de 5e positie. Nederland op de 9e. Op het gebied van ‘accountability’ staat Singapore stukken lager en met persvrijheid komt men niet verder dan de 135ste positie. Nederland staat op 3. Hier vraagt men zich echter af hoeveel welvaart en welzijn ons dat brons eigenlijk oplevert. En hoeveel harmonie. Want openbare informatie die niet zinvol geduid kan worden is bedreigend voor deze belangrijke maatschappelijke waarde.

Deze blog verscheen op 5 mei 2013 op www.zorgvisie.nl.