zaterdag 20 april 2013

Verschil mag er zijn


De gezondheidszorg in Singapore scoort uitstekend op diverse ranglijsten van de World Health Organisation. Over hoe de praktijk eruitziet, blogt Dirk de Korne vanuit het Singapore National Eye Centre, SingHealth.
dr. Dirk de Korne
Ik ga tegenwoordig iedere dag via het mortuarium naar mijn werkplek. In het oogziekenhuis waar ik tot een maand geleden werkte, werd op deze plek het eigen bier (‘Pupilske’) bewaard. Mijn huidige oogziekenhuis maakt deel uit van een campus met onder andere een hart- en een oncologisch centrum. Daar laat het mortaliteitscijfer dergelijk creatief ruimtegebruik niet toe.

Levensverwachting
Hoewel, pasgeboren Singaporezen worden naar verwachting een jaar ouder dan hun in Nederland geboren vriendjes. En volgens de WHO staat hun zorgsysteem op nummer 6 in de wereld als het gaat om totale prestaties. Nederland op 17.
Terwijl in de meeste landen de publieke uitgaven aan zorg de afgelopen jaren behoorlijk zijn toegenomen, zit Singapore al een aantal jaren tegen de 4 procent van het bruto nationaal product. In Nederland zijn de zorguitgaven met 12 procent op de Verenigde Staten na het grootst (OECD, 2012). Hoe dat kan? In de korte tijd dat ik hier zit is me een aantal zaken opgevallen. De nadruk op eigen verantwoordelijkheid is enorm.
Er is veel aandacht voor leefstijl. Vrijwel iedere flat heeft een eigen sportveldje met gratis fitnesstoestellen. En ze worden gebruikt ook. De internationaal befaamde overheidscampagnes hebben niet alleen met kauwgomrestricties te maken. Je kan hier geen publiek gebouw binnenstappen of je wordt getrakteerd op een 'doe dit, doe dat niet' instructiefilmpje. Of dat helpt? Overgewicht vormt ook hier een toenemend probleem, al zie je er in het straatbeeld nog niet veel van.

Financiering
Die eigen verantwoordelijkheid geldt ook voor de betaling van zorg. Publieke basiszorg is er voor iedereen. Maar eigen betalingen ook. Het begint met een verplichte individuele spaarpot voor zorgkosten (Medisave). Dat voelt toch anders dan een algemene sociale premie.
En net als in de supermarkt is ook in het ziekenhuis afrekenen aan de kassa altijd de laatste stap van het aankoopproces. Wel zijn er, via een zeer gedetailleerd en aan inkomen gerelateerd schema, aanvullende subsidies. Maar er is ook een omvangrijke private zorg waarvoor de Singaporezen verzekeringen kunnen afsluiten. Ongeveer 80 procent van de eerstelijnszorg wordt in het private circuit afgehandeld. In de tweedelijn is de verhouding omgekeerd. Op de WHO-norm 'gelijke toegang' komt Singapore dan ook niet verder dan de 101ste plaats (Nederland 20). Verschil mag er zijn.

Wachtlijsten
Dat betekent dat in het publieke ziekenhuis waar ik werk twee soorten patiënten komen: gesubsidieerde en private patiënten. De wachtlijsten voor het spreekuur van een specialist kunnen voor de twee soorten patiënten gemakkelijk een factor 4 (oogheelkunde) tot 10 (gastro-enterologie) verschillen. En dan valt de wachttijd voor de gesubsidieerden (ongeveer 80 procent van de patiënten dus) zeker niet binnen de Treeknormen. De patiënt die zelf betaalt, heeft een mooiere wachtkamer en mag indien gewenst zelf de dokter en het aantal bedden op zaal kiezen. Verschil mag er zijn.

Voorbeeld
Vergeleken met de Verenigde Staten, vanwaar ik drie jaar geleden de Zorgvisie community bijpraatte, vallen de verschillen tussen publiek en privaat nogal mee. Nobelprijswinnaar en Clinton-adviseur professor Joseph Stiglitz gebruikte de stadsstaat onlangs nog als voorbeeld in een artikel met de titel 'Singapore's lessons for an unequal US' (New York Times, 18 maart). Het is maar wat je met wat vergelijkt. Op gebied van toegankelijkheid kunnen beide landen nog wel wat van Nederland leren.
Via het mortuarium is simpelweg de snelste looproute naar mijn werkplek vanaf metrostation Outram Park. Het klimaat hier doet je bovendien automatisch de weg met de meeste airco kiezen. Dat temperatuurverschil zal wel blijvend zijn.

Deze blog verscheen op 1 april 2013 in Zorgvisie, www.zorgvisie.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten